Handelingen of procescontrole?
Een productiemedewerker kan verwerken, verpakken, assembleren en kwaliteit controleren. Een operator kan daarnaast een machine bedienen, instellingen bewaken of afwijkingen onderzoeken. De precieze grens verschilt per werkplek; vraag welke handelingen iemand zelfstandig uitvoert.
Welke afwijking moet iemand herkennen?
Beschrijf een concrete situatie: een onjuiste verpakking, een afwijkende maat of een stilstaande machine. Wie stopt het werk, wie stelt bij en wie wordt ingeschakeld? Dat maakt zelfstandigheid bespreekbaar.
Hoe ziet het inwerken eruit?
Leg vast wie instructies geeft en wanneer zelfstandig werken verantwoord is. Noteer diensten en begeleiding per ploeg, zodat de vereiste ervaring aansluit op de beschikbare ondersteuning.